Nieuws

Heerlijk helder: het raadsel van het verdwenen IPv5 opgelost

30 januari 2019

De overgang van het Internet Protocol v4 naar IPv6 verloopt voorspoedig. Maar wat gebeurde er eigenlijk met het IPv5 - als het al überhaupt ooit bestaan heeft? Een tipje van de sluier opgelicht.

Van IPv4….

Een Internet Protocol is een communicatieprotocol dat de manier vastlegt waarop machines data uitwisselen via het internet, of elk ander IP-netwerk, op het niveau van hun unieke adres. 

IPv4 werd al in de jaren zeventig bedacht, en in 1981 werd het in gebruik genomen. Daarna groeide het uit tot het fundament van het internet en van vele bedrijfsnetwerken over de hele wereld.

De belangrijkste functie van IPv4 is het identificeren van machines (hosts), gebaseerd op hun logische adres, om data tussen hen te vervoeren over een netwerk. Het logische adres van een host in een netwerk noemen we dan een IP-adres. IPv4 heeft haar eigen adressenschema, net zoals zijn opvolger, IPv6, dat later zou hebben.

Bij IPv4 bestaat dat schema uit vier groepen bits, waarbij elke groep een getal bevat van 0 tot 255, gescheiden door een punt: ###.###.###.### . Als gebruiker ga je echter dat cijfer niet intikken in je browser, maar wel de domeinnaam. De vertaling van die domeinnaam in het IP-adres van de server gebeurt door DNS of Domain Name System. 

…. naar IPv6

Even tellen: 4 groepen van 8 bits bij IPv4, dat zijn dus 32 bits. Dat maakt 2^32 of 4,3 miljard internetadressen mogelijk. Dat lijkt veel, maar toch bleek dat niet voldoende. Wereldwijd ontwikkelde het internet zich razendsnel. Het aantal computers met internettoegang bleef maar stijgen. En vervolgens werd de smartphone razend populair. Voeg daarbij nog eens de ware explosie van alledaagse voorwerpen die kunnen worden verbonden met het internet (Internet of Things; IoT), en het wordt duidelijk dat 4,3 miljard adressen helemaal niet meer volstaan. 

Al lang voor er sprake was van IoT wist men dat IPv4 nooit genoeg adressen zou kunnen leveren. Daarom werd vanaf de jaren ’90 van vorige eeuw gewerkt aan een nieuw protocol, IPv6. De IPv6 adressen bevatten  128 bits en bestaan uit acht reeksen met hexadecimale getallen van vier karakters. Deze karakters zijn de letters A tot F en de getallen 0 tot 9. Een typisch IPv6 adres ziet er zo uit: 2001:0db8:85a3:0000:0000:8a2e:0370:7334.

Dit opent oneindig veel mogelijk - triljoenen IP-adressen (voor de cijferbollebozen: 2^128). We kunnen dus even gerust op beide oren slapen. In december 1998 werd IPv6 een Draft Standard, en de uitrol van het nieuwe IP kon beginnen!

Die uitrol kwam heel traag op gang. Op het einde van de vorige eeuw was er nog helemaal geen IP-schaarste. Software- en hardwareleveranciers stonden niet echt te springen om die nieuwe standaard in hun producten te implementeren. Later kwam daar verandering in, zeker toen er in Azië de eerste problemen omtrent de beschikbaarheid van IPv4 adressen begonnen op te treden.

Tegenwoordig verloopt de IPv6 adoptie voorspoedig. Volgens cijfers van Internet Society werkt in 2018 17% van de Alexa Top Million Websites met IPv6, tegenover 13% in 2017. Van de Top 1.000 Websites werkt 28% met IPv6 in 2018, tegenover 23% in 2017. Het percentage internauten dat via IPv6 gebruik maakt van Google-diensten zoals zijn zoekmachine, bedroeg 26% in november 2018, en groeit met ongeveer 4,7% per jaar. België verdient trouwens een speciale vermelding: als eerste land ter wereld leveren wij meer dan 50% van het verkeer naar de grote content providers via IPv6.

En wat met IPv5?

“Ja maar, waar is dan IPv5 gebleven?”, zal je vragen? Want dat is eigenlijk de reden waarom je dit artikel leest, toch? Welnu, er werd wel gewerkt aan een vijfde versie van het internet protocol, maar het is nooit een officiële versie geworden.

Al in de jaren 1970 realiseerde men zich dat het internet niet in staat zou zijn om alle verkeer van de toekomst te dragen. Ingenieurs van Apple, NeXT en Sun Microsystems creëerden het Internet Stream protocol (ST), om voice en video te streamen over het internet. Een effectief protocol om datapakketjes op bepaalde frequenties te vervoeren, en ondertussen de communicatie te onderhouden. Het werd uiteindelijk dan ook de basis voor de ontwikkeling van technologieën zoals voice-over-IP of VoIP.

Er was echter een probleem: ST baseerde zich op de 32-bit manier van adressering in het IPv4 protocol. Het leed dus aan dezelfde ziekte als IPv4: tegen 2011 zouden alle adressen opgebruikt zijn. En dus werd beslist om ineens over te stappen op IPv6, dat toen al in ontwikkeling was.

En ziedaar: het tragische verhaal van een protocol dat afgevoerd werd, nog voor het een standaard worden kon…

SDG 4: kwaliteitsonderwijs

Met dit artikel ondersteunen wij de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde naties.