Tieners en jongeren hebben hun eigen leefwereld, maar ook daar komen ze in contact met de risico’s van het internet. Het Apenstaartjaren-onderzoek brengt, met de steun van DNS Belgium, in kaart hoe jonge mensen omgaan met online veiligheid, cyberpesten en cybercriminaliteit.
Het Apenstaartjaren-onderzoek is intussen een begrip in Vlaanderen. Al 20 jaar organiseren Mediaraven en Mediawijs tweejaarlijks een brede bevraging bij 5.745 Nederlandstalige kinderen (eerste en tweede graad lager onderwijs), tieners (3e graad lager onderwijs) en jongeren (secundair onderwijs). Zo krijgen we unieke inzichten in hoe de jongere generatie omgaat met technologie, digitale media en het internet.
Luister naar hoe kinderen en jongeren zelf naar online veiligheid kijken.
Waar zitten jongeren mee?
Elke leeftijd komt met zijn eigen bezorgdheden. Een eerste opvallend verschil tussen tieners (lagere school) en jongeren (middelbaar) is dat tieners beduidend minder bezorgd zijn over online veiligheid. 19 procent vreest toegang tot een online account te verliezen door een hacker. Bij jongeren stijgt dat naar 26 procent.
Dat anderen gênante informatie over hen zouden publiceren, is voor 16 procent van de tieners een bezorgdheid, bij jongeren is dat 26 procent. Alleen dat iemand zich zou voordoen als hen, is bij tieners (16 procent) een iets grotere bezorgdheid dan bij jongeren (14 procent).
“Ik vind het eigenlijk niet leuk dat wij ons moeten beschermen tegen al die dingen, zoals hackers. Maar ik heb veel bijgeleerd op school over mezelf beschermen online. Daardoor ben ik me ook echt anders gaan gedragen.”
Eigen toestellen, eigen internet
Dat verschil valt deels te verklaren door de overgang naar het middelbaar als scharniermoment. Waar in de laatste twee jaren van de lagere school gemiddeld 51 procent een eigen smartphone heeft, stijgt dat vanaf het middelbaar naar 95 procent. Jongeren hebben vaker een eigen toestel en volledige toegang tot het internet ten opzichte van tieners.
Dat zien we ook in hun gebruik van populaire online platformen. In de laatste jaren van de lagere school gebruikt gemiddeld 46 procent WhatsApp. In het secundair onderwijs klimt dat vanaf de eerste graad spectaculair naar 86 procent. Ook voor andere platformen zien we het percentage gebruikers vanaf dan verdubbelen of verdrievoudigen.
Minder phishing (opgemerkt)
Een opvallende evolutie is dat het aantal jongeren (12 jaar en ouder) dat het afgelopen jaar in aanraking kwam met phishing (niet noodzakelijk als slachtoffer) is gedaald. Twee jaar geleden gaf 38 procent nog aan dat ze met phishing in contact kwamen, vandaag ligt dat op 25 procent.
Die cijfers suggereren dat jongeren minder vaak een doelwit zijn dan vroeger. Maar daar plaatsen we zelf vraagtekens bij: het is wat jongeren aangeven dat ze in het afgelopen jaar zijn tegengekomen, maar het kan ook zijn dat oplichters inventiever worden of dat het minder opvalt.
Ondanks dalende cijfers blijft phishing de meest voorkomende vorm van oplichting die jongeren tegenkomen. De opkomst van AI maakt het voor oplichters nog makkelijker om meer mensen tegelijk te bereiken, maar ook om hun boodschappen af te stemmen op individuen of groepen, waardoor een bericht mogelijks niet altijd als phishing wordt aanzien.
![]()
Meer jongeren beveiligen zich beter
Maar laat de phishingcijfers niet suggereren dat jongeren zich niet bewust zijn van (on)veilig gedrag. Iets meer dan de helft van hen checkt de afzender van een bericht of e-mail en algemeen zijn er vandaag meer jongeren die bewuste beveiligingsmaatregelen nemen ten opzichte van twee jaar geleden.
Maar liefst 78 procent gebruikt vandaag een sterk wachtwoord, tegenover 65 procent twee jaar geleden. Bij de vorige bevraging gebruikte slechts 16 procent een tweestapsverificatie , vandaag is dat 40 procent. Wel kiest slechts 24 procent een verschillend wachtwoord voor elke site.
“Naarmate meer websites en platformen tweestapsverificatie aanbieden of verplichten, zien we ook dat jongeren het meer gebruiken. Dit is een van de beste methodes om te voorkomen dat je account door anderen wordt overgenomen, we hopen dan ook dat meer ontwikkelaars dit standaard vereisen wanneer ze een app of een platformbouwen.”
![]()
Rond veilig online gedrag zegt maar liefst 72 procent dat ze geen gevoelige informatie zoals wachtwoorden, foto’s, persoonlijke info of bankgegevens doorgeven. Al erkent 64 procent van hen dat ze het afgelopen jaar wel eens een wachtwoord deelden met een naaste.
In 44 procent van de gevallen is dat een ouder of een voogd. 21 procent deelt dat met broers of zussen en 16 procent vertrouwt ook vrienden met hun wachtwoord. De context hier is wel dat jongeren het delen met naasten niet als problematisch zien.
Mijn wachtwoord is supergeheim, ik zeg dat tegen niemand. Als mensen mijn wachtwoord vragen, geef ik een fake wachtwoord.
Op het vlak van technische beveiliging toont het Apenstaartjaren-onderzoek dat 33 procent zegt een veilige internetverbinding te gebruiken, bijvoorbeeld via een VPN , en 36 procent zegt dat ze de privacy-instellingen van hun apps bekijken. Zijn er updates beschikbaar, dan installeert 43 procent die zodra ze beschikbaar zijn.
Eén op tien kan nergens terecht
De meeste jongeren die met vragen zitten over hun online veiligheid kunnen hiervoor terecht bij hun ouders (63 procent). Ook andere zorgfiguren, goede vrienden en klasgenoten zijn vaak personen waar jongeren terecht kunnen met hun vragen. Hoewel jongeren les krijgen over online veiligheid, vindt slechts een kwart van hen dat ze met vragen hierover bij een leraar terecht kunnen.
Het is geruststellend dat de meeste jongeren wel ergens terechtkunnen met hun vragen. Toch blijft één op tien zitten met hun bezorgdheden. Zij vinden geen hulp of antwoorden in hun directe omgeving.
Daarom zorgen we er bij DNS Belgium actief voor dat dit thema aan bod komt in klaslokalen (met onder meer de Edubox, Cyberkrak of De Schaal van M). Maar ook in hun vrije tijd: zo werkten we mee aan de jongerenreeks Red Flag en organiseerden we de ‘Wasdaslim’-campagne met fragmenten uit de reeks.
Ontdek hier het lespakket!
Met de fragmenten uit de jongerenreeks Red Flag maakten we een lespakket rond online veiligheid.
Waarom steunt DNS Belgium dit onderzoek?
DNS Belgium werkt sinds 2023 actief mee aan het Apenstaartjaren-onderzoek. Dat doen we niet alleen met financiële steun: vanuit de onderzoeksgroep ondersteunen we met onze expertise rond cyberveiligheid en digitaal welzijn. Zo willen we als beheerder van de .be-domeinnamen actief bijdragen aan het in kaart brengen van online veiligheid bij kwetsbare groepen, zoals jongeren.
Met dit artikel ondersteunen wij de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties.